Gedichten
Gedichten
6-06-2010
6-06-2010
Looft de Here, mijn ziel
Gedichten ©Rita.
Naar: Psalm 5
want Ik hoor je roepen,
Ik zie je zuchten;
overdag, maar ook in de nacht.
Blijf staande,
want ik zie je al in de morgen,
Ik hoor alles wat je Me zegt,
en hoe je op antwoord wacht.
Blijf staande,
want Ik zegen jou
als je je richt tot Mij,
en vol liefde bescherm Ik jou.
Blijf staande,
want Ik ben je schild,
Ik zal je altijd beschermen,
omdat Ik van je hou.
©Rita.

©Foto: Michael Klapwijk
Gedichten
Naar: Psalm 103
Zo, looft de Here, mijn ziel,
en al wat in mij is,
prijst Zijn heilige Naam.
Vanuit het diepst van mijn binnenste,
met alle kracht die in mij is,
prijst Hem met de engelen saam.
Want Uw liefde, Heer, is voor eeuwig.
Uw heil voor ieder geslacht.
Uw genade oneindig groot,
blijkens de redding die U ons bracht.
U vergeeft mij al mijn zonden,
geneest mij, en redt mij van de dood.
U schenkt mij nieuwe levenskracht
en sterkt mij in mijn nood.
U, Heer, bent rechtvaardig,
geduldig, liefdevol en trouw.
Onmetelijk is ook Uw goedheid,
(doch er staat wel) voor wie U vereren zou.
Maar over wie U vereren,
ontfermt U zich als een Vader, Heer.
Dan is Uw liefde voor eeuwig,
maar alleen voor een ieder die U vereert.
O, en hoe kort is niet het leven van ons mensen.
Hoe broos is niet ons bestaan.
We zijn als een bloem in het gras,
één windvlaag, en het is met haar gedaan.
Uw troon, Heer, is in de hemel.
U heerst over 't gans heelal.
Engelen loven de Here,
sterke helden, groot in getal.
Bevelen volgen zij op,
woord voor woord voeren zij uit.
De hemelse machten prijzen Hem.
"Looft de Heer", klinkt het luid.
Zo, looft de Here, mijn ziel,
en al wat in mij is,
prijst Zijn heilige Naam.
Vanuit het diepst van mijn binnenste,
met alle kracht die in mij is,
prijst Hem, met de engelen saam.
©Rita. 
©Foto: Michael Klapwijk

De zware last
Naar: Psalm 55:23
Mijn schouders hangen af,
gebogen zijn ze,
onder een zware last.
Spieren verstijven,
verkrampen,
alles zit vast.
Mijn ogen zijn dof,
door alle zorgen,
van alle smart.
Ze weerspiegelen
de droefheid
van mijn geplaagde hart.
Mijn gezicht is getekend
door sporen van
vergoten tranen,
die steeds opnieuw
hun weg
naar beneden banen.
Ik ben vermoeid,
de last
wordt me te zwaar.
Eindelijk kijk ik omhoog
en roep het uit:
Heer, mijn God, bent U daar?
Ik heb zelf
al zolang
geprobeerd,
en me alleen maar
meer en meer
dieper bezeerd.
Ik kan niet meer,
neemt U toch
mijn last.
Ik weet het, Heer,
te lang hield ik zelf
mijn zorgen vast.
Ik pleit op Uw woord
dat zegt dat U
voor mij zult zorgen;
dat ik door Uw trouw
veilig ben
en geborgen.
Dat U mij nooit
zal laten
bezwijken
en dat Uw hand
nooit te kort is
om naar mij te reiken.
Ik reik naar Uw
uitgestoken hand
en neem hem vast
en leg daarin,
met een
verootmoedigend hart,
mijn te zwaar geworden last.

©Foto: Michael Klapwijk
Gedichten
19-07-2010
Wacht op de Heer.
Naar: Psalm 62:6, Psalm 33:20, Psalm 27:14, Psalm 145:16, Psalm 130:5
Wacht op de Heer,
wees stil
en keer je
tot God,
verwacht het van Hem.
Wacht op de Heer,
zie uit,
Hij is je hulp,
je schild,
hoor naar Zijn stem.
Wacht op de Heer,
wees sterk,
Hij je hart versterken,
wacht,
ja, wacht op de Heer.
Wacht op de Heer,
verwacht.
Hij verzadigt
al wat leeft,
vernieuwt je kracht.
Wacht op de Heer,
hoop
op Zijn woord.
Wacht op de Heer,
Ja, wees stil en verwacht.
©Rita.

©Foto: Michael Klapwijk
Gedichten
23-09-2010

Zijn woord.
Naar: Psalm 119:105
Zijn woord,
de lamp voor je voet,
een licht
op je pad.
Vetrouwend gaan
de weg,
die Hij wijst.
Je wordt moe,
noch mat.
©Rita.
Gedichten
23-09-2010
Had ik maar ...
naar: Psalm 55:7-9![]()
Soms komt er zoveel op je af, zoveel aan pijn, moeite, verdriet, zorgen,
tegenslagen of wat dan ook.
Soms zou je willen ontsnappen aan de plaats waar je bent.
Even alles ontlopen.
Even weg van alles.
Niemand zien.
Niemand spreken.
Niemand horen.
Wegkruipen, ergens op een plek ver weg van alles en iedereen.
Even vleugels hebben als een duif om weg te kunnen vliegen, zomaar,
ineens.
Een schuilplaats zoeken, een schuilplaats die je beschermd tegen de stormen
in het leven, tegen de wind die alles onmver blaast, meedogenloos kan zijn.

Ik staar door het raam naar buiten.
Gevoelens van moedeloosheid drukken me neer.
De zwaarte van de zorgen wordt me teveel.
Oh, mensen zeggen het zo makkelijk; geef maar aan de Heer.
Ik staar door het raam naar buiten,
terwijl de tranenvloed me het zicht bijna ontneemt.
Ik kijk naar de duif bij de buren op het dak.
Hij zit daar dagelijks, dat is op zich niet vreemd.
Maar als hij wegvliegt en verdwijnt tussen de bomen,
dringt zich het volgende beeld in mijn gedachten.
Als ik toch vleugels zou hebben, net als die duif,
dan zou ik wegvluchten; geen moment zou ik daar mee wachten.
Weg, heel ver weg zou ik gaan.
Een schuilplaats zoeken tegen de stormen in mijn leven,
tegen de wind die raast om mij heen
en die mij soms van ontzetting doet beven.
Ik staar door het raam naar buiten.
Maar ineens hoor ik van binnen zachtjes Zijn stem.
"Ik ben toch je schuilplaats, je toevlucht, Mijn lieve kind?"
Dan kijk ik naar binnen en kruip gauw weg, bij Hem.
©Rita.

Gedichten
23-09-2010

Bij U schuil ik.
Naar: Psalm 11
Berooft van
waardigheid en eer,
kniel ik neer
voor God,
mijn Vader,
als
rechtvaardige,
door het offer
van Zijn Zoon.
Bij Hem schuil ik.
Boze en goddeloze mensen
spannen hun boog.
Richten hun venijnige pijlen
op mij.
Duisternis omgeeft hen,
als zij mijn hart willen treffen.
Maar Uw ogen, Heer,
slaan mij gade.
U toetst
zowel mij,
als
de ander.
Rechtvaardige als goddeloze.
U bent Rechtvaardig.
Gerechtigheid hebt U lief.
Eens zal ik
Uw aangezicht
aanschouwen.
Maar voor nu,
nu,
schuil ik bij U.
©Rita.
Gedichten
3-10-2010

Naar: Psalm 91
tot in het diepst
van mijn ziel;
Als mijn boosheid
daarover is weggeëbd
en slechts de wond weer
overblijft;
Als mijn gevecht met U
voorbij is
en de strijd gestreden
tussen mijn wil en de Uwe;
Dan buig ik voor U,
o Allerhoogste Koning
en huil ik, schuil ik,
in de schaduw van Uw vleugelen.
Dan kom ik tot U,
mijn schuilplaats, mijn toevlucht
en koester ik mij
in de warmte van Uw Licht.
In de genezende werking
van Uw liefde.
Tot ik mijn vleugels
weer uit kan slaan
en door Uw Kracht
en in Uw liefde
weer verder kan gaan.
©Rita.
©Foto: Michael Klapwijk
Gedichten
3-10-2010

Hoe lang nog?
Mijn ziel schreeuwt het uit naar God.
Hoe lang nog, Here, hoe lang nog?
Bent U mij
vergeten?
Houdt U Zich
voor mij verborgen?
Moet ik, met
angst in mijn hart,
zelf voor een
uitweg zorgen?
Hoelang nog, Here, hoe lang nog?
Mijn ziel schreeuwt het uit naar U.
Zie toch, Here,
naar mij om.
Hoor
en antwoordt mij.
Schenk mij
weer hoop.
Zet mij
van sterven vrij.
Mijn ziel schreeuwt het uit naar God.
Hoe lang nog, Here, hoe lang nog?
Mijn vijanden roepen
dag aan dag,
vol
van kracht.
Hoor ik reeds
het geluid van overwinning?
Hen roepen;
"In onze macht?"
Hoe lang nog, Here, hoe lang nog?
Mijn ziel schreeuwt het uit naar U.
Maar.....
Op Uw liefde
vertrouw ik, Heer.
Juichen van vreugd
over de redding die u brengt.
U, die zo goed bent
voor mij.
Over U zal ik zingen,
telkens weer.
©Rita.

©Foto: Michael Klapwijk
Gedichten
3-10-2010

Mijn Heer en God.
Naar: Psalm 139:2-6
Ik doe mijn schoenen uit
en stap in het Licht
van Uw aanwezigheid.
Ik kom bij U
precies zoals ik ben
en wil vertoeven
in Uw tegenwoordigheid.
Bij U voel ik me veilig
en vertrouwd.
Bij U mag ik zijn
wie ik ben.
Bij U die mij zo liefheeft
ondanks alles.
Bij U, de Enige die mij
echt werkelijk kent.
Ja, U kent mij, ziet mij.
Geen woord of gedachte
is voor U verborgen.
Of ik nu zit of sta,
rust of werk,
mijn plannen
voor morgen.
Ieder
onuitgesproken woord,
mijn hart vol zorgen.
En in dit alles
bent U om mij heen.
Omgeeft U mij,
van achter en van voor.
Zoals U, is er géén.
Hoe is het mogelijk
dat ik U toebehoor.
Dan kan ik alleen
maar spreken,
de woorden
die David vroeger
sprak.
" Het begrijpen is mij
te wonderbaar,
te verheven,
ik kan er niet bij.
Ik kan U alleen
nog maar danken
voor de wijn
en het brood
dat U brak.
©Rita.
©Foto: Michael Klapwijk
Gedichten
3-10-2010

Voor U kan ik mij niet verbergen.
Naar: Psalm 139:7-12
Waar zou ik
kunnen gaan
om U te ontlopen?
Waar zou ik
kunnen gaan
om U te ontvluchten?
U bent
in de hemel,
als ook
in het dodenrijk.
Al zou ik
wegvliegen naar
het oosten
of naar
westen.
Ook daar
zou Uw hand
mij leiden,
mij vasthouden.
Ik kan
het duister vragen;
verberg mij,
laat het nacht worden
om mij heen.
Maar ook
deze duisternis kan
mij niet verbergen.
Want voor U
is de nacht
als de dag,
de duisternis
als het licht.
Waar, waar,
zou ik kunnen gaan
om U te ontlopen?
Waar, waar,
zou ik kunnen gaan
om U te ontvluchten?
Eigenlijk heb ik er vaak over heen gelezen, over deze woorden, zonder
er eens goed over na te denken.
Eigenlijk was het voor mij vanzelfsprekend, dat dit betekende, dat er nergens een plaats is, waar iemand zich zou kunnen verstoppen om aan Uw blik te ontkomen.
Maar waarom zou David dit geschreven hebben?
Wilde hij God ontlopen, Hem ontvluchten of wilde hij benadrukken dat hij besefte, dat hij zich voor God nergens kon verbergen, of...?
Verder op lezen we dat David schrijft: ...ook daar zou U mij leiden, ook daar houdt Uw hand mij vast.
David wil wat anders laten zien.
De vragen, die dan eerst zo negatief over kunnen komen, zo bangmakend, veranderen in verwondering over de grootheid van God.
Ik zie David, bij wijze van spreken, op één van de heuvels staan, zijn hoofd en handen gericht naar de hemel, terwijl hij de woorden uitroept:
Waar, waar,
zou ik kunnen gaan
om U te ontlopen.
Waar, waar,
zou ik kunnen gaan
om U te ontvluchten.
Waar ik ook ga,
waar ik ook ben,
U zou mij daar leiden.
Waar ik ook ga,
waar ik ook ben,
ook daar zal U mij vasthouden.
En ik hoor de verwonderende bewondering.
Ik voel de veilige geborgenheid.
De beschermende liefde.
In deze woorden.
O, God, hoe groot zij Gij !
©Rita

©Foto: Michael Klapwijk
Gedichten
3-10-2010

Hoe Groot zijt Gij!
Naar: Psalm 139:13-18
U weefde mij
in mijn
moeders ' schoot.
U zag mij reeds
toen het duister
mij nog omsloot.
Uw ogen zagen
mijn vormeloos
begin.
U wilde mij,
daarom heeft
mijn leven zin.
Al de dagen
van mijn leven
waren reeds vastgesteld
en in Uw boek
geschreven.
Zoals ik gemaakt ben
is één groot
wonder.
Dat te beseffen
is zo oneindig
bijzonder.
O Heer,
Hoe groot, hoe diep
zijn niet Uw
gedachten.
Ik kan ze niet tellen,
al zou ik het
trachten.
Vanaf
het allereerste begin
bent U mijn Maker.
Vanaf
het allereerste begin
ben ik de klei.
Vanaf
het allereerste begin
verdient U alle eer.
Vanaf
het allereerste begin
zingt heel de schepping:
" Hoe groot zijt Gij !"
©Rita.

©Foto: Michael Klapwijk
Gedichten
3-10-2010

Doorgrond en ken mijn hart.
Naar: Psalm 139:23,24
Kijk,
lieve Vader,
tot in het diepst
van mijn binnenste,
tot in het diepst
van mijn hart,
tot in het diepst
van mijn ziel.
Onderzoek mij
en laat mij zien,
als er verborgen zonden
zijn in mijn leven.
Onderzoek mij
en laat mij zien,
als de weg die ik ga
afdwaalt van U.
Onderzoek mij
en laat mij zien,
als wat ik doe
niet is tot Uw eer.
Vergeef mij dan,
lieve Vader,
en breng mij terug
dicht aan Uw hart.
Vergeef mij dan,
lieve Vader,
en breng mij terug
op de juiste weg.
Vergeef mij dan,
lieve Vader,
en breng mij terug
in het voetspoor
van Uw Zoon.
©Rita.

©Foto: Michael Klapwijk
Gedichten
3-10-2010

Hij reikte mij de hand
Naar: Psalm 144:7 & Psalm 18:17-20
Het water staat mij tot de lippen
en het stijgt nog verder omhoog.
Het dreigt mij te overspoelen;
golven slaan over mij heen met een boog.
Het water is een kolkende massa,
waarin ik lijk te verdrinken.
Ik schreeuw het uit tot God
en hoor mijn eigen stem weerklinken.
O God, steek Uw hand uit, grijp mij vast.
Trek mij uit dit kolkende water.
Bevrijd mij van mijn vijanden, mijn tegenstanders;
help mij, red mij, wacht toch niet tot later.
O God, mijn vijanden zijn zoveel sterker dan ik.
Ze overvallen mij in mijn zwakheid.
Kom mij te hulp, o mijn Heer en God.
Red mij, beslecht U voor mij de strijd.
En God de Heer? Hij hield mij staande.
Vanuit de hemel reikte Hij mij de hand.
Hij greep mij vast, trok mij uit het water
En zette mij op de oever van de waterkant.
Hij heeft mij lief; hij geeft mij ruimte.
Hij redde mij, bevrijdde mij.
Zijn Naam wil ik daarom loven en prijzen,
want is niemand zoals Hij.
©Rita.

©Foto: Michael Klapwijk
Gedichten
3-10-2010

Vreugde vinden in Uw woorden.
Naar: Psalm 1:2,3
Heer,
ik vind vreugde in Uw woorden
en overdenk ze
bij dag en bij nacht.
En hoewel ik niet altijd begrijp
wat Uw woord wil zeggen,
weet ik, dat ik alles
terug in Uw hand mag leggen.
U zult mij leiden en brengen
bij de plaats waar Uw antwoord wacht.
©Rita.

©Foto: Michael Klapwijk
Gedichten
3-10-2010

Naar: Psalm 3:4,5,6
U bent als een schild
voor mij.
Ik kan mijn hoofd opgericht houden,
want U,
U gaat aan mijn zij.
U, Heer,
op mijn hulpgeroep
antwoord U.
Ik kan gaan slapen en weer ontwaken,
want
onder Uw hoede verkeer ik nu.
©Rita.

©Foto: Michael Klapwijk
Gedichten
3-10-2010

De Heer stelt mijn leven veilig.
Heer,
U bent De God,
die antwoord
als ik roep.
U bent het,
die mijn ruimte geeft
en aan mij recht doet.
Die luistert
naar mijn bidden
en medelijden
met mij heeft.
Die wonderen doet
als ik naar
Uw woorden leeft.
van de nacht
onderzoek ik mijn hart
en word stil.
Heer, ik hou van U,
en wil alleen leven
naar Uw wil.
Op U
wil ik vertrouwen.
Op U
Kan ik mijn leven bouwen.
Bij U
vind ik vreugde
en geborgenheid.
In Uw vrede
kan ik rustig slapen,
want U geeft mij
rust en veiligheid.
©Rita.

©Foto: Michael Klapwijk
Gedichten
9-10-2010

Onder Gods hoed ben je veilig.
Naar: Psalm 91
Heer, ik verblijf in Uw nabijheid,
bij U zoek ik mijn bescherming.
Op U vertrouw ik;
U bent mijn schuilplaats en mijn vesting.
Bedek mij met Uw vleugels;
onder Uw hoede zal ik veilig zijn.
Uw trouw is een schild, een pantser;
ik hoef niet te vrezen.
U bent mij een schuilplaats;
U, de Allerhoogste, zal mijn onderdak zijn.
U zend Uw engelen,
zij zullen over mij waken
waar ik ook ga.
Zij zullen mij op hun handen dragen;
aan geen steen zal ik mij stoten
waar ik ook ga of sta.
Als ik roep tot U om hulp;
dan antwoord U mij.
Als ik in het nauw zit;
dan sta U mij bij.
U zult mij bevrijden
en herstellen in eer.
Een lang leven zult U mij schenken;
Ja, U maakt mij gelukkig, Heer.
©Rita.

©Foto: Michael Klapwijk
Gedichten

Naar: Psalm 7
bij U zoek ik mijn bescherming.
Ik wordt belaagd; red mijn leven.
Ik hoop op Uw bevrijding.
Heere, mijn God,
grijp in, daag hen voor het gerecht..
U bent immers Rechter van een ieder;
Heere, mijn God, doe mij recht!
Heere, mijn God,
ik weet dat U rechtvaardig bent
en zelfs de diepste roerselen
van de mens kent.
Heere, mijn God,
U bent mijn schild, mijn bescherming.
brengt U bevrijding.
Heere, mijn God,
Uw Naam zal ik loven en eren.
U Prijzen om Uw gerechtigheid.
U komt de lof toe, o Heer der Heeren.
©Rita.

©Foto: Michael Klapwijk
Gedichten
30-12-2010
Mijn bevrijder.
Naar Ps. 31:8,9, 15, 16.
Het net was gespannen.
Zachtjes trok de vijand het aan.
De nood van mijn ziel werd groter.
Kleiner en kleiner werd de ruimte om te gaan
Maar U, Heer, zag mijn ellende,
U zag en kende mijn zielenood.
U gaf mijn voeten weer ruimte.
U liet niet toe, dat de vijand mij omsloot.
Zo zal ik mij over U verblijden.
Juichen over Uw grote trouw.
Met een dankbaar hart belijd ik:
U bent de God waarop ik bouw.
in U heel mijn levenslot.
U bent mijn Bevrijder.
Ja, ik erken:
U bent mijn God.
©Rita.
Gedichten
1-02-2011

Heer,
Heer,
in Uw handen leggen.
©Rita.
©Foto: Michael Klapwijk
Gedichten
21-05-2011

ja, van Hem komt wat ik hoop.
want Hij zal van
God de Heer.
Gedichten
22-05-2011

Terugdenken
Naar: Psalm 77:12-16 en Psalm 136:1-4
Heer,
vandaag zet U mij even stil door Uw woord,
wat mij oproep om terug te denken
aan hetgeen U voor mij hebt gedaan.
In gedachten ga ik terug in de tijd
en kijk naar de lange, moeilijke weg
die we reeds met elkaar zijn gegaan.
In die weg, Heer, was U steeds nabij,
geen moment liet U ons alleen;
U hebt ons steeds weer bijgestaan.
U was het, die tranen droogde,
hoop gaf en bemoedigde,
de kracht om door te kunnen gaan.
U was het, die spaarde en bewaarde,
wonden en striemen genas,
zonden en ongerechtigheden hebt weggedaan.
U schonk bevrijding en genezing,
verloste; nooit was Uw hand te kort,
in alles bleef U altijd naast ons staan.
Groot was, en is Uw liefde en trouw,
wonderlijk waren, en zijn soms Uw wegen;
in alles zijn Uw ogen die ons immer gadeslaan.
Ik loof de Heer, want Hij is goed;
eeuwig duurt Zijn liefde en trouw.
Ik loof de Heer, de Allerhoogste God,
Hij is het op wie ik in vertrouwen bouw.
©Rita.
Gedichten 22-05-2011

en zie op naar de bergen.
Mijn hart vraagt, zoekt, roept:
Hij waakt over mij,
zal Hij naast mij staan.
Gedichten
22-05-2011

Als wij vallen
Dank U, Heer,
dat Uzelf tegen ons zegt,
dat als wij vallen
U Zich niet van ons afkeert,
maar dat U komt
om ons te ondersteunen.
Geef, Heer,
dat deze woorden altijd
zullen uitstijgen boven
die van ons,
uitstijgen
boven ons denken en ons voelen,
zodat we instaat zullen zijn
om op U te leunen.
Dek daarom zo ons denken
onder Uw bloed.
Bescherm onze gedachten
tegen de leugens
van de boze,
waardoor we soms niet instaat zijn
Uw liefdevolle,
ondersteunende hand te zien.
Open onze ogen,
open ons hart,
open ons verstand
voor Uw woorden,
voor Uw waarheid,
opdat, als we gevallen zijn
altijd mogen weten:
U keert Zich niet van ons af
en zal ons van nieuwe kracht
voorzien.
©Rita.
Gedichten
22-05-2011

Van U is alle macht!
dan de bulderende zee,
met majesteit en kracht.

Gedichten 30-04-2012 Zuiver en standvastig Naar: Psalm 51:12
Als ik bid:
Maak mijn hart zuiver, o God,
dan bid ik eigenlijk;
Heer, laat mij zien
wat er niet goed is
in mijn leven.
Dan geef ik aan,
dat ik bereid ben
om Zijn wil te doen
en mijzelf volledig
aan Hem over te geven.
Als ik bid:
Maak mijn geest standvastig, o God,
dan bid ik eigenlijk:
Heer, ik wil niet langer zijn
als de golven der zee
die gaan op en neer.
Dan geef ik aan,
dat ik bereid ben
om te worstelen
en te strijden,
ook al doet het soms
behoorlijk zeer.
Als ik bid:
Maak mijn hart zuiver
en mijn geest standvastig, o God,
dan bid ik eigenlijk:
Heer, ik wil leven tot Uw eer
en Uw Naam verhogen.
Dan geef ik aan,
dat ik bereid ben
Zijn wil te doen
en Zijn wegen te gaan,
onverschrokken,
doch zeer bewogen.

Gedichten
05-05-2012

Verlangen naar God
Naar: Ps. 84:11; Ps. 142:6; Ps. 86:11,12; Ps. 143:6


