Gedachten/Gebeden
Gedachten/Gebeden
6-06-2010
Staande blijven en opgebeurd worden

Steeds als ik dacht te bezwijken,
hield Uw liefde me staande.
Als ik ten einde raad was,
beurden Uw woorden mij op.
Heer, U bent een Burcht voor mij.
mijn God, U bent een Rots, een schuilplaats.
Psalm 94:18,19,22

Lieve Vader,
ik was me er zeker niet altijd van bewust dat het Uw liefde was die mij staande hield.
Ik ben mij er zeker niet altijd van bewust dat Uw liefde mij staande houdt.
Maar als ik terugkijk in mijn leven, naar de momenten dat ik dacht te bezwijken, dan zie ik dat U er altijd was, dat het Uw liefde voor mij was die mij staande hield.
In liefde nam U mijn soms gebalde vuisten in Uw handen.
In liefde liet U mij uitrazen, om mij vervolgens in liefde en vol vergeving weer in de armen te sluiten.
In liefde omgaf U mij; in liefde omgeeft U mij.
Zonder Uw liefde zou ik wegkwijnen.
Mijn botten zouden verdrogen en weggeblazen worden door de wind.
Mijn geest zou ten dode zijn opgeschreven, omdat hij niet gevoed wordt door U.
Zonder Uw liefde zou ik bezwijken, want U bent de Enige die altijd, ieder moment van de dag, dicht bij mij is en mij met liefde omringt.
Uw woorden, zijn woorden die leven brengen.
Uw woorden, soms wijzen ze mij terecht, maar altijd zijn ze, worden ze, in liefde uitgesproken, omdat u het beste met mij voor heeft.
Altijd komt er een moment, dat het Uw woorden zijn die mij opbeuren.
Als het wat langer duurt, dan ligt dat aan mij en niet aan U, want Uw woorden zijn zoeter dan honing, als balsem op een wond.
Uw woorden richten mij op, geven mij de kracht.
Uw woorden zijn betrouwbaar , zijn waarheid.
Uw liefde en bewogenheid klinken er in door.
En zo hield uw liefde mij staande en beurden uw woorden mij op, toen ik dacht te bezwijken, toen ik ten einde raad was.
Zo houdt Uw liefde mij staande en beuren uw woorden mij op, als ik denk te bezwijken, als ik ten einde raad ben.
Ja, Heer, mijn God,
U bent voor mij een Burcht,
een Rots,
een Schuilplaats.
- Amen -

©Foto: Michael Klapwijk
Gedachten/gebeden
7-06-2010
De Heer haalde mij uit de put

Gespannen keek ik uit naar de Heer,
ik riep om hulp en Hij heeft mij gehoord.
Hij boog Zich naar mij over
en trok mij uit de put;
uit het slijk en de modder.
Hij gaf mij grond onder de voeten,
ik wankelde niet meer.
Hij leerde mij een nieuw lied,
een lied om Hem, onze God te danken.
Ieder die het hoort,
zal onder de indruk komen
en op de Heer vertrouwen.
Want gelukkig ben je,
als je op de Hem vertrouwt,
je heil niet zoekt bij verwaande mensen,
bij hen die verstrikt zijn in leugens.
Psalm 40:2-5

Al een paar dagen lees en herlees ik deze verzen.
Ze raken mij en langzaam vormt zich een beeld in mijn hoofd, in mijn gedachten en gaan deze woorden leven.
In Davids gespannen uitzien naar de Here, proef ik als het ware, de hunkering van de vader van de verloren zoon.
Iedere dag liep deze vader de weg op om te kijken of zijn zoon er al aan kwam.
Een zelfde soort hunkering, maar dan van David naar God, proef ik als hij de woorden neerschrijf:
'Gespannen keek ik uit naar de Heer, ik riep om hulp en Hij heeft mij gehoord.
In gedachten zie ik hoe een gestalte Zich vooroverbuigt naar David, Zijn hand uitsteekt, David uit de put trekt en hem voorzichtig op de grond zet.
Liefdevol wordt het slijk en de modder van hem afgeveegd en even wordt hij vastgehouden tot hij stevig staat en niet meer wankelt.
Dan raakt Hij zijn lippen aan en een nieuw lied wordt hem geleerd.
Een nieuw lied vol van dank aan God de Vader.
Ik zie mensen komen en knielen.
Ontzagwekkend is de eerbiedige stilte die er heerst.
Hoofden buigen zich als teken van eerbied, ontzag en vertrouwen.
Aan de buitenrand zie ik ook mensen staan.
Misprijzend en laagdunkend is hun blik.
Ze maken zich 'groot' en kijken hoogmoedig neer op hen die geknield liggen.
Zo, lieve Vader, bent U er voor David geweest, maar zo bent U er vandaag aan de dag ook nog voor mij, voor een ieder die naar U roept.
Maar laat in dat roepen, ook een gespannen uitzien naar U zitten.
Gespannen uitzien, in de volle zekerheid dat U hoort en komt.
Dat U mij -ons- hoort en U Zich ook voor mij -ons- vooroverbuigt, Uw hand uitsteekt, mij -ons- uit de put trekt en vaste grond onder de voeten geeft.
Nee, ik wil daar niet mee zeggen dat ik geloof dat U alle moeilijkheden of problemen zomaar op zal lossen of zomaar zal wegnemen, maar wel dat U mij niet ten onder laat gaan.
Mij niet meer geeft dan ik dragen kan.
Ook mijn lippen aanraakt en mij een nieuw lied leert.
Een lied van dank te midden van omstandigheden, als getuigenis van wie U bent en voor alles wat U hebt gedaan.
Zodat anderen ervan zullen horen, U zullen leren kennen en op U leren vertrouwen.
Want David heeft zo gelijk, Here, als hij zegt dat je gelukkig bent als je op U vertrouwt.
Zonder U, Here, is mijn leven zinloos, doelloos, al moet ik ook leren om U meer en meer te vertrouwen.
Nog meer, steeds weer.
Leer mij ook om niet te zien naar mensen bij wie alles altijd goed lijkt te gaan, alles hebben, in voorspoed leven.
Leer mij op U te vertrouwen, hoe mijn omstandigheden ook zijn.
Leer mij ook, dat nieuwe lied om U te danken en vermeng mijn stem met die van David en die van vele anderen, om zo samen U te danken.
O Heer en Allerhoogste God,
Ik dank U,
want U hoorde mij
toen ik naar U riep.
U boog Zich naar mij over,
haalde mij uit slijk en modder,
uit de put zo diep.
O Heer en Allerhoogste God,
Ik dank U,
want U gaf mij grond onder de voeten
en ik wankelde niet meer.
Ik dank U en ik prijs Uw Naam.
U zal ik eren en loven,
U alleen aanbidden, U alleen,
mijn God en Heer.

©Foto: Michael Klapwijk
Gedachten/Gebeden Ik doe meer dan jij kunt zien
Gedachten/gebeden 29-09-2010 Als wij vallen... Als hij valt,
©Foto: Michael Klapwijk
6-07-2010
blijf niet zwijgen,
houdt U niet doof.
Toen ik vanmorgen deze tekst las, moest ik denken aan de preek van vorige week, of beter gezegd, aan één zinnetje van die preek.
Een zinnetje, uitgesproken aan het begin van de preek en die mij niet meer losliet (laat).
We zien het niet, we voelen het niet; alles lijkt voort te gaan zonder dat God ingrijpt of iets lijkt te doen.
houdt U toch niet doof!
Misschien komt de vraag er wel achter aan: Waar bent U toch?
We hebben het zo nodig te zien, te ervaren dat U er bent, dat U ons hoort, ons ziet.
Maar niet altijd ervaren we in moeilijke omstandigheden, vooral als situaties langer duren, dat God er is of ook maar iets doet.
Alles is vlak en uitgestrekt, troosteloos en triest.
En je loopt door, je sjokt door de woesternij en schreeuwt het uit naar boven.
Dat er niets gebeurt buiten Hem om.
Dat Hij alle dingen doet medewerken ten goede, omdat je Hem liefhebt.
Je weet het allemaal, maar nu, op dit moment; het duurt te lang en uitzicht op verandering is in geen velden of wegen te zien.
En toch zegt God op zo'n moment: Ik doe meer dan jij kunt zien!
Het was als een terechtwijzing, maar te gelijkertijd ook een bemoediging.
Een terchtwijzing, omdat ik zag op de omstandigheden en alleen maar keek met mijn menselijke ogen en niet met geestelijke ogen.
Hoe zouden wij kunnen begrijpen wat Zijn weg is; maar desondanks heeft Hij bemoeienis met ons en komt Hij met Zijn woord en spreekt.
'Ik doe meer dan jij kunt zien.'
Wees gerust, klinkt er in door; al zie jij niets, al ervaar jij niets, al lijkt het alsof Ik niets doe, toch gebeurt er veel meer dan jij denkt of ziet.
Laat het toch aan Mij over.
Ik heb het beste met je voor.
Het heden, verleden, maar ook de toekomst is immers in Mijn hand.
Ga, geloof, vertrouw.
Ik ben bij je.
©Foto: Michael Klapwijk

zo wordt hij niet weggeworpen,
want de HEERE ondersteunt zijn hand.
Dank U, Heer,
dat Uzelf tegen ons zegt,
dat als wij vallen
U Zich niet van ons afkeert,
maar dat U komt
om ons te ondersteunen.
Geef, Heer,
dat deze woorden altijd
zullen uitstijgen boven
die van ons,
uitstijgen
boven ons denken en ons voelen,
zodat we instaat zullen zijn
om op U te leunen.
Dek daarom zo ons denken
onder Uw bloed.
Bescherm onze gedachten
tegen de leugens
van de boze,
waardoor we soms niet instaat zijn
Uw liefdevolle,
ondersteunende hand te zien.
Open onze ogen,
open ons hart,
open ons verstand
voor Uw woorden,
voor Uw waarheid,
opdat, als we gevallen zijn
altijd mogen weten:
U keert Zich niet van ons af
en zal ons van nieuwe kracht
voorzien.

08-10-2010
Gelukkig wie bij de Heer bescherming zoeken
Psalm 2:12c
Heer,
als ik zo in Uw woord kijk naar het antwoord op het 'waarom mensen
gelukkig zijn als zij hun bescherming bij U zoeken' , dan kom ik vele dingen
tegen.
Voor nu hou ik het bij enkele dingen die ik alleen al in enkele psalmen
tegen kom, maar Uw woord, Heer, staat vol met antwoorden waarom
iemand gelukkig is als die bij U bescherming zoekt.
Als ik bescherming zoekt bij de Heer, ben ik gelukkig omdat;
Hij beschermt mij; is een schild, een rots, een vesting, een toevlucht. (Ps. 3)
Hij geeft mij rust en veiligheid. (Ps. 4)
Hij zegent mij, beschermd mij liefdevol als een schild. (Ps. 5)
Hij bevrijdt mij mits ik oprecht ben; is een rechtvaardige Rechter. (Ps. 7)
Hij laat mij niet in de steek. (Ps. 9)
Hij is betrouwbaar. (Ps. 12)
Hij is liefdevol, brengt redding, vreugde. (Ps. 13)
Hij geeft goede raad, is aan mijn zijde, wijst mij de weg naar het leven. (Ps. 16)
Hij geeft ons antwoord, schenkt aandacht aan onze woorden, luistert naar wat ik te zeggen heb. (Ps. 17)
Hij is mijn sterkte, mijn bolwerk, mijn machtige bevrijder;
Hij hoort mij, helpt mij, houdt mij staande; Hij is sterk als een rots, geeft overwinning; Hij is Volmaakt. (Ps. 18)
Heer, ik zoek mijn bescherming bij U.
Open mijn ogen en oren om te kunnen zien en horen
wat voor rijkdom er ligt in die paar woorden.
"Gelukkig wie bij de Here bescherming zoeken."


©Foto: Michael Klapwijk
Gedachten/gebeden
24-10-2010
Groeien als een palmboom, opschieten als een ceder

De rechtvaardige zal groeien als een palmboom,
opschieten als een ceder van de Libanon;
geplant in het huis des HEREN
groeien zij in de voorhoven van onze God;
zij zullen in de ouderdom nog vrucht dragen,
fris en groen zullen zij zijn;
om te verkondigen,
dat de HERE waarachtig is,
mijn rots,
in wie geen onrecht is."
Psalm 92:13-16![]()

Wat een prachtige verzen zijn dit toch.
Na 'Het verhaal van de Palmboom' (Archief - 18 juli 2009 www.intoyourhands.punt.nl), spreken verzen als deze me nog meer aan.
Eigenlijk wel logisch, want als je gaat kijken naar wat voor bomen het zijn, dat raak je vanzelf wel onder de indruk.
De palmboom - lange, diepe wortels, ik heb zelfs ergens gelezen,
dat de wortels net zo lang zijn als de boom hoog, boven de grond,
daardoor buigzaam, breken niet in stormen.
De Ceder - vooral bekend om hun geur en duurzaamheid;
is het symbool van kracht, schoonheid, waardigheid, macht.
Heer,
wat is het toch een voorrecht om te leven, op te groeien als kind van U.
Wat is de reikwijdte ervan eigenlijk groot.
Door U, Heer Jezus, hoor ik bij het huis van God.
Door U, mag ik opgroeien in Gods nabijheid, dicht bij het hart van de Vader.
En de psalmist zegt, dat, als ik vanuit u leef, zal groeien als een palmboom, als een ceder.
Heer,
als ik kijk naar wat voor bomen dat zijn, dan wordt ik stil.
Want dan besef ik, dat ik te weinig besef heb van wie ik ben in U; wie ik kan worden door U.
En dit geldt niet alleen voor als ik jong ben, nee, tot in mijn ouderdom zal ik nog vrucht dragen, zegt Uw woord.
Zolang ik leef, heeft mijn leven waarde, betekenis, omdat ik op zo velerlei wijze kan getuigen van U, van wie U bent.
Als ik het echt goed op een rijtje zet, Heer, wat Uw woord hier eigenlijk tot mij zegt, van mij zegt, dan is dat wel heel bijzonder en eigenlijk nog vrij onwerkelijk voor mij.
Maar Uw woord getuigt ervan.
* Ik, als kind van U, mag dichtbij U zijn.
* Ik, als kind van U, mag vanuit Uw nabijheid leven.
* Als mijn wortels dieper en dieper verankeren in U, zal ik groot, sterk en
buigzaam zijn en niet breken als stormen komen.
* Ik zal Uw geur verspreiden.
* Ik zal Uw schoonheid, Uw kracht, Uw macht weerspiegelen en Uw
waardigheid zal mij omkleden.
* Zelfs als ik oud ben, zal ik nog vrucht dragen.
* Ik zal altijd jong genoeg zijn om te getuigen van Wie U bent; Wat u gedaan
hebt en Wat U nog gaat doen.
Getuigen, dat U waarachtig bent, eerlijk en oprecht, waarheid spreekt en
nooit bedriegt.
* Ik heb een God als Vader, Die als een Rots is voor mij.
In wie geen onrecht is.
Heer,
Voor nu kan ik alleen maar bidden;
Vergeef mij, dat ik me zo weinig bewust ben van mijn positie als Koningskind.
Als ik zo het bovenstaande op een rijtje zie staan en tot me door laat dringen, dan recht zich als vanzelf mijn rug, mijn schouders gaan naar achteren, mijn hoofd fier rechtop en een warme glimlach ligt om mijn mond.
Mijn ogen hef ik naar boven en ik dank en prijs Uw naam.
En zoals er van Maria staat in Lucas 2:19 :
"Maria bewaarde al die woorden
in haar hart en overdacht ze bij zichzelf."
Zo, Here wil ik al deze woorden bewaren in mijn hart en ze overdenken.

©Foto: Michael Klapwijk
Gedachten/gebeden Woorden van david
15-11-2010
Steek Uw hand uit, grijp mij vast
en trek mij uit het kolkende water.
Bevrijd mij van vreemde machthebbers.
Uit de hemel reikte Hij mij de hand,
Hij greep mij vast
en trok mij uit het kolkende water.
Hij ontrukte mij aan mijn machtige vijand,
aan mijn tegenstanders, sterker dan ik.
Zij overvielen mij toen ik zwak was,
maar de Heer hield mij staande.
Hij had mij lief:
Hij gaf mij ruimte,
Hij bracht mij redding.
Psalm 144:7
Psalm 8:20
Wat een prachtige, bemoedigende woorden.
Heer, wat ben ik blij en dankbaar, dat U David geïnspireerd heeft tot het schrijven van deze woorden en nog vele andere.
"Steek Uw hand uit.
Grijp mij vast.
Trek mij uit het kolkende water.
Bevrijd mij van vreemde machthebbers."
Een gebed tot God om hulp, een noodkreet.
Het kolkende water.
Hij dreigt te verdrinken, om te komen in problemen.
Van alle kanten wordt hij bedreigt.
Ze staan hem naar het leven en hij schreeuwt het uit tot God om hulp.
"Steek Uw hand uit, grijp mij vast, bevrijd mij."
In een andere Psalm lees ik, hoe God hem te hulp komt.
En ik weet vanuit al de verhalen van de bijbel over/van David, dat God hem steeds opnieuw, vroeg of laat te hulp komt.
In de volgende verzen beschrijft hij dat.
"Uit de hemel reikte Hij mij de hand.
Hij greep mij vast.
Hij trok mij uit het kolkende water.
Hij ontrukte mij aan mijn machtige vijand, mijn tegenstanders."
Hij hield mij staande."
Zoals U dat, Heer, voor David deed, zo wilt U dat ook voor mij doen.
Zo doet U dat ook voor mij.
Soms, voel ik me net als David; vastzittend in kolkend water.
Golven van problemen overspoelen mij.
Golven van ontmoediging slingeren mij heen en weer.
Golven van verdriet dreigen mij te verdrinken.
Golven van onzekerheid en angst ontnemen mij de adem.
Golven komen en gaan en ik dreig ten onder te gaan in het gedruis van het kolkende water.
Mijn vijand, mijn tegenstanders, mijn vreemde machthebbers zijn niet zoals bij David koningen die zijn land willen veroveren, of zoals eerder, een Saul, die hem naar het leven staat.
Nee, mijn vijanden zijn tegenslagen, verlies, ziekten, afwijzing, kwetsende woorden of houding; noem maar op.
Zoals David overvallen werd als hij zwak was, overvallen deze dingen mij als ik zwak ben.
Als ik denk dat ik niet meer aan kan, niet meer kan dragen dan ik nu doe.
Of als ik moe ben door slaapgebrek, of gewoon van alles wat er gebeurt.
Of het één na het ander overkomt je; tegenslagen lijken niet op te houden en het één stapelt zich op het ander.
En ik roep het uit tot God met de woorden van David:
"Heer, mijn God,
steek Uw hand uit en grijp mij vast!
Trek mij uit dit kolkende water
waarin ik dreig te verdrinken.
Bevrijd mij, o God, bevrijd mij van mijn vijanden,
mijn tegenstanders,
ze zijn sterker dan ik."
En God?
God heeft ook mij lief, zoals Hij David lief had.
Hij geeft mij ruimte.
Hij brengt redding.
Ja, de Heer houdt ook mij staande.
Vanuit de hemel reikt Hij mij de hand, grijp mij vast en trekt mij uit het kolkende water.
Hij ontrukt mij aan mijn machtige vijanden.

©Foto: Michael Klapwijk
Gedachten/gebeden 15-11-2010 Woorden van God Soms zijn er dagen dat ik Gods woord als een kind in mijn armen zou willen kunnen sluiten. Uw woorden zijn altijddurende gerechtigheid:

Het de hele dag bij me dragen, koesteren, liefhebben, omarmen.
Een alles overweldigende liefde kan me overspoelen en ik zou willen dat daar nooit een eind aan kwam.
Ik zou willen, dat ik alle woorden van bemoediging, van hoop, van liefde, van kracht, van leven, van ..... noem maar op, kon neerschrijven en door kon geven aan een ieder.
Gods woord, zo rijk, zo kostbaar, zo vol waarheid.
Helaas is dit, geen realiteit voor iedere dag.
Soms ben ik gewoon te moe, soms beheersen de zorgen mijn denken, soms ben ik te eigenwijs, soms heb ik geen zin of soms staan er dingen tussen mij en God in.
Maar toch, toch....
geef mij inzicht, dan kan ik leven.
Voor de morgen schemert, roep ik U al,
want Uw woorden zijn mijn hoop;
in nachtelijke uren zijn mijn ogen gevestigd op U,
want Uw woorden blijven mij in gedachten.
Al heel lang weet ik:
Uw woorden gelden voor alle eeuwen.
Psalm 119:144, 147, 148, 152
Nee, niet iedere morgen voor het schemert roept ik God al aan;
niet altijd zijn in de nachtelijke uren mijn ogen op Hem gevestigd,
maar wat gaan Zijn woorden meer en meer voor mij leven en betekenis krijgen naar mate ik ouder wordt en Hem beter leer kennen.
Ja, al heel lang weet ik, geloof ik , dat Zijn woorden gelden voor alle eeuwen.
Dat ze inzicht geven, leven brengen en hoop.
Eerlijk zijn , waarheid, voor altijd.
En hoe meer ik naar Hem toe ga, hetzij voor hulp, hetzij voor lofprijs en dank, hoe kostbaarder, hoe dierbaarder Zijn woorden worden voor mij.
Hoe dierbaarder Zijn woorden worden voor mij, hoe meer ik kracht daaruit leert putten.
Hoe meer kracht ik daaruit leert putten, hoe minder ik onderuit wordt geslagen.
Hoe minder ik wordt onderuit geslagen, hoe minder vat de boze krijgt op mijn denken.
Hoe minder vat de boze krijgt op mijn denken, hoe meer mijn gedachten zich richten op Hem.
Hoe meer mijn gedachten zich richten op Hem, hoe groter de plaats wordt voor Hem in mijn leven.
Hoe groter de plaats voor Hem wordt in mijn leven, hoe dichter ik bij Hem ben.
Hoe dichter ik bij Hem ben, hoe meer Hij verweven is met mijn bestaan.
Hoe meer verweven Hij is met mijn bestaan, des te dichter ben ik gekomen bij Zijn heerlijkheid.
En als ik heel dicht ben genadert bij Zijn heerlijkheid, dan is mijn tijd gekomen om voor altijd bij Hem te zijn.
Als mijn tijd gekomen is om voor altijd bij Hem te zijn, dan , dan ben ik thuis.
©Foto: Michael Klapwijk
Gedachten/gebeden
24-11-2010
Vertellen zal ik alles wat U voor mij deed

Toen ik zo verbitterd was,
gekrenkt tot in mijn ziel,
was ik een dwaas,
iemand zonder verstand.
Ik gedroeg mij tegenover U
zo redeloos als een dier.
Toch ben ik steeds bij U,
want U neemt mijn hand
en leidt mijvolgens uw plan;
en dan ontvangt U mij
met alle eer.
Wie heb ik in de hemel behalve U?
Behalve U verlang ik ook niets op deze aarde.
al zou mijn lichaam bezwijken,
al zou mijn hart het opgeven,
U bent de rots waarop ik bouw,
U bent mijn hele bezit , o God,
voor altijd.
Dicht bij U te zijn,
dat is mij het liefst.
Bij U, Heer God,
zoek ik mijn toevlucht.
Vertellen zal ik
alles wat U voor mij deed.
Psalm 73:21-26, 28

dat ik verbitterd was, werkelijk gekrenkt tot in het diepst van mijn ziel.
Ik was boos op God, boos op de mensen.
Teleurgesteld in God en teleurgesteld in mensen.
Mijn gedachten gingen op de loop en mijn denken werd steeds negatiever.
De problemen en zorgen om onze kinderen hielden niet op.
Het één volgde op het ander.
Menigmaal heb ik het uitgeroepen: "God, waar bent U nu,? Waarom?
Houdt het dan nooit eens op?"
Mensen die je teleurstellen.
Mensen die het zo mooi weten te zeggen, maar als het op de praktijk aan komt het af laten weten en er nooit voor je zijn.
Boosheid was mijn hart binnengeslopen en werd gevoed door allerlei negatieve gedachten waartegen ik ook geen weerstand bood, te moe was ook om het te doen, te boos om het te doen; en de boosheid zette zich in mijn hart om in bitterheid.
De bitterheid in mijn hart maakte mij redeloos als een dier tegenover God en mens.
Bitterheid verblind.
Bitterheid maakt kapot, zowel een ander als jezelf.
O ja, ik stond met veel dingen in mijn recht; natuurlijk, van je mede broeders en zusters mag je verwachten dat ze er voor je zijn als je het moeilijk heb, als je als gezin door hele diepe dalen gaat, maar de praktijk is nog wel eens anders.
En God?
O, Hij kon er immers wat aan doen,maar Hij deed het niet.
En ook liet Hij nog eens toe, dat ik in mijn denken zo werd aangevallen, dat ik geen verweer meer had.
Hij liet toe dat ik, ook met mijn geloof op het randje kwam.
Ik gedroeg mij tegenover God zo redeloos als een dier.
Ik kwam op het punt te belanceren tussen bij Hem blijven en ......
Tja, wat dan?
Ik ben nog steeds bij Hem, want Hij nam mij bij mijn hand en leidt mij volgens Zijn plan.
Voor mij is er geen leven buiten Hem.
Zonder Hem is alles dood.
Wordt/is het leven zinloos, doelloos.
Zonder Hem houdt mijn bestaan op.
En God bracht een keer in mijn leven en leidde mij volgens Zijn plan op weg naar mijn bestemming.
Menig stukje van verschillende weblogs hebben daarin hun aandeel gehad.
Nu ben ik van een bang klein vogeltje aan het uitgroeien tot een vrouw die haar bestemming aan het vinden is in God.
Momenteel mag ik leiding geven aan een vrouwengroepje; in oktober starten we met een gebedscursus voor vrouwen in onze gemeente en de voorbereidingen voor de Kerstavond voor vrouwen gaat ook binnenkort weer van start.
Regelmatig voelt het, alsof 'De glimlach van God' mij omgeeft en Hij mij zo laat weten: "Ik ben trots op jou."
Meer dan ooit, is Hij de rots geworden waar ik op bouw.
Meer dan ooit weet ik, Hij is mijn alles.
Ja, Ik ben zo ontzettend graag heel dicht bij hem.
Bij Hem zoek ik mijn toevlucht, iedere dag opnieuw, want zonder Hem kan ik niet, wil ik niet.
Ja, vertellen zal ik alles wat U voor mij deed. (doet)
Het schrijven hier op mijn weblog maakt daar onderdeel van uit.
Aan Hem alle eer!
24-11-2010 Is God mij vergeten? (1)
Luid roep ik om God,
ik schreeuw het uit.
Als Hij nu maar luistert!
In mijn ellende zoek ik de Heer,
ik strek mijn handen naar Hem uit,
zelfs 's nachts vind ik geen rust;
ik ben niet te troosten.
Denk ik aan God,
dan kreun ik,|
ik denk aan Hem
en voel me wanhopig.
Heer, U houdt mij wakker,
ik ben onrustig,
kan geen woor uitbrengen.
's Nachts moet ik denken aan het verleden,
aan lang vervlogen tijden,
aan hoe ik Uw daden bezong.
Dan lig ik te peinzen,
en laat de vraag me niet los:
Heeft de Heer ons blijvend verstoten,
zijn wijvoor altijd bij Hem uit de gunst?
Is er een einde gekomen aan Zijn liefde,
gelden Zijn beloften niet meer?
vergeet God medelijden met ons te hebben,
is Zijn woede nog groter dan Zijn liefde?
Daarom zeg ik, en dat is mijn pijn:
De Heer, de Allerhoogste God,
Hij heeft Zijn handen van ons afgetrokken!
Heer, ik zal nooit vergeten wat U hebt gedaan,
ik zal spreken van al Uw wonderen
vanaf het eerste begin.
Ik blijf denken aan al die grootse daden,
aan wat U allemaal deed.
Mijn God , wat U doet is zo verheven,
geen God is zo groot als U.
Psalm 77:2-14
Want ook ik ken deze gevoelens die Asaf hier heeft.
Hoe herkenbaar is niet het zoeken naar U in ellende en U toch niet kunnen vinden.
Het rusteloos worden, wanhopig, ontroostbaar.
Luistert U wel?
Waar bent U?
Terugdenken aan vroeger, aan goede tijden toen U zo dichtbij was.
Voelbaar, bijna tastbaar.
Vreugde, een loflied op de lippen.
Maar dan, soms ineens 'bent U weg '; lijkt het alsof U mij in de steek hebt gelaten.
Is mijn zonde te groot?
Wat heb ik gedaan dat U Uw handen van mij hebt afgetrokken?
Houdt U niet meer van mij?
Gevoelens gaan op en neer; heen en weer.
Het besef van de zinloosheid van een leven zonder God.
De allergrootste, diepste pijn komt, als U uw handen van mij aftrekt.
Zonder U is het leven zinloos, doelloos, richtingloos .....
Ik weet niet vanuit welke omstandigheden Asaf dit schrijft, maar als hij verder schrijft, heeft hij het over al de grote dingen die God heeft gedaan en die hij nooit zal vergeten.
Het klinkt zo berustend, alsof God werkelijk voorgoed Zijn handen van hem en het volk heeft afgetrokken.
Voorbij.
Maar dan dank ik U, Vader, dat we de dingen op bepaalde manieren kunnen voelen, ervaren, maar dat de werkelijkheid vaak anders is.
Soms, ja soms doet U een stapje terug, maar nooit laat Uw hand mij los.
Nooit laat U mij in de steek.
Nooit vergeet U mij.
Dat alles is opgeschreven in het door U aan ons gegeven woord, de Bijbel.
Vol Beloften, Vol Bemoedigingen, Vol van Hoop , Vol van Troost, Vol van Liefde, Vol van Vergeving, Vol van .....
Soms doet U een stapje terug;
- om mij te leren?
- vanwege mijn zonden?
- beproeven?
- ????
Soms doet U een stapje terug, en waar kies ik dan voor in perioden van stilte.
Asaf hield vast aan wat U had gedaan in het verleden.
Hield vast aan Uw wonderen, Uw grote daden, aan alles wat U had gedaan.
Aan het feit, dat er geen God zo groot is als U.
En ik?
Leer mij, Vader God om het zelfde te doen.
Maak mij er van bewust dat ik een keuze heb in elke omstandigheid die het leven brengt.
En laat mij het goed kiezen, zoals Asaf deed.
En zo dank ik U, Vader, voor Uw woord.
Voor wie U bent, voor wat U doet en voor wat U gedaan hebt.
Ik dank U voor Uw liefde, voor Uw trouw en voor Uw genade.
Ik dank U voor Uw vergeving, voor Uw rechtvaardigheid.
Ik dank U - voor alles -
Ik prijs Uw naam.
- Amen -
Mijn hulp is van de Heer

Vanwaar zal er hulp voor mij komen?
Te hulp komt mij de HEER,
die de hemel en de aarde gemaakt heeft.
Psalm 121:1,2

Mijn hulp komt van U en U alleen.
Van U,
de God die de hemel en de aarde heeft gemaakt.
Die alles vast in handen houdt.
U bent mijn Ontfermer.
Uw goedertierenheid zal van mij niet wijken.
U gaat met mij mee,
met ons allen.
Al zullen bergen en heuvelen wankelen en wijken,
Uw verbond van vrede zal van mij niet wijken.
- Amen -


©Foto: Michael Klapwijk

Dan kan ik alleen nog mijn hoofd eerbiedig buigen voor U, de Almachtige, de Allerhoogste.
U, die alles heeft gemaakt; uit wiens handen alles is ontstaan en in wiens handen alles zal eindigen.
Alles heeft haar oorsprong in Uw; door Uw levensadem leven wij.
Wie ben ik, dat U mij gedenk?
Wie ben ik, dat U naar mij omziet?
Toch ziet u mij, hoort U mij, hebt U mij lief.
Het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven, ik kan er niet bij.
Daarom buig ik mij neer voor U en geef U alle eer.
Ik erken: U bent God, de Allerhoogste.
De Almachtige, Schepper van hemel en aarde.
Ik prijs Uw Heilige Naam.
- Amen -


Gedachten/gebeden
Psalm 5

Wat een rijkdom biedt Gods woord.
Er kunnen perioden in ons leven zijn dat alles donker is en dat we geen woorden hebben om te bidden, niet weten wat te bidden, terwijl ons hart, onze ziel smacht naar Zijn hulp.
Wat is het dan geweldig om de bijbel te kunnen pakken en een psalm als deze op te slaan en de woorden van David tot ons gebed te maken.
God Zelf geeft ons zo woorden als ze ons ontbreken.
Maar, deze woorden brengen ons ook weer op de juiste plaats en in de juiste positie.
(vs. 2,3,8)
Met het bidden van een psalm als deze, zoeken wij onze hulp bij God .
We spreken het uit naar Hem toe dat we Hem nodig hebben, maar ook dat we het van Hem verwachten als het gaat om een antwoord. (vs. 4)
Het doet ons beseffen hoe groot Gods goedheid en genade voor ons is. (vs.8)
Dat we ons ondergeschikt maken aan Zijn wil, maar ook dat we Hem daarin vertrouwen. (vs.9)
Dit woord doet ons ook naar binnen kijken, naar ons eigen hart, naar ons eigen leven, om te zien waar wij zelf staan in onze situatie. (vs.5-7)
Dan zullen we ook blij zijn, dan we zullen zingen en juichen van vreugde, omdat God ons beschermd als we schuilen bij Hem. (vs. 12)
Vreugde en dankbaarheid is immers op zijn plaats als iemand ons beschermt!
Het zo uitspreken, bidden van Gods woord, brengt ons ook in de positie die wij hebben als kinderen van de Allerhoogste.
Een overwinningspositie.
Dan laten we ons niet meer door de omstandigheden leiden, maar door Zijn woord.
Dit mogen wij, mag ik, leren.
Vers 13
Heer,
U zegent wie zich richt naar U,
liefdevol beschermt U hem, als een schild.
Heer, ik richt mij tot U en neem Uw zegen aan.
Dank U, dat U mij liefdevol, als een schild om mij
heen, bescherming biedt.

Lieve Vader in de hemel,
verstandelijk weet ik het allemaal vaak wel, maar mijn gevoel gaat daar vaak in het geheel niet in mee.
Ja, wel in de zegen, wel in Uw bescherming, wel in het uitroepen om hulp naar U, maar als het gaat om het innemen van mijn positie als kind van U, mijn gevoelens ondergeschikt maken aan Uw woord, dan is het vaak een ander verhaal.
Toch is dat wat ik wil leren.
Mij richten op Uw volledige woord, het aannemen, uitspreken, bidden, tot een statement maken en van daaruit te leven.
Leer mij, o Heer.
U behoor ik toe.
- Amen -
Gods woord is krachtig.
Psalm 33:6 - Op Zijn bevel is de hemel ontstaan,
door Zijn woord de sterren.
Gods woord is eeuwig, niet gebonden aan tijd of plaats.
Psalm 119:89 - Eeuwig, Heer, houdt uw woord stand,
het is vastgelegd in de hemel.
Gods woord wijst ons de weg.
Psalm 119:105 - Uw woord is een lamp voor mijn voet
en een licht op mijn pad.
Gods woord als wapen.
Efeze 6:17b - ... en het zwaard van de Geest,
dat wil zeggen, het woord van God.
Gods woord blijft voor altijd bestaan.
maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid.
Gedachten/gebeden 07-03-2011 Hoe zou ik kunnen bezwijken?!

Heer, ook voor mij is het net als voor David, bij U alleen kom ik tot rust.
Ja, U bent mijn behoud.
Mijn rots, mijn toevluchtsoord, mijn vesting.
'Hoe zou ik dan bezwijken?'
Ja, hoe zou ik dan kunnen bewijken?!
Wat mensen mij ook aandoen of aan willen doen.
Welke stormen mij ook dreigen te overspoelen, welke golven ook over mij heen slaan.
Al ben ik zwak, al wankel ik op mijn benen.
Al worden er gelogen en bedrogen, en zijn mensen uit op mijn ondergang.
Ja, Heer, mijn God, bij U zoek ik mijn rust.
Op U vestig ik mijn hoop!
Want U bent mijn Rots in de branding, mijn Toevluchtsoord waar ik schuil, mijn Vesting waar ik veilig ben!
'Ik zal niet bezwijken'!
Nee, ik zal niet bezwijken!
Soms, soms lijkt het alsof ik bezwijk.
Alsof de golven de voeten onder mijn benen wegslaan en ik val ...
Soms, soms val ik en lijkt het alsof ik bezwijk, omdat de pijn mij doet huilen, wanhopig en vol van verdriet.
Soms, soms ...
Ja, soms val ik en doet de pijn mij ineen krimpen, maar altijd is daar een liefdevolle hand die mijn wonden verbindt, mij ondersteunt tot ik zelf weer verder kan.
Een liefdevolle hand die zachtjes mijn tranen droogt, mij tot rust brengt door Zijn liefdevolle, doch krachtige woorden.
Ja, mijn God en Vader, in uw woorden, bij Uw woorden vind ik ruts en kracht om door te kunnen gaan, om verder te kunnen.
Door Uw woord heen bent U altijd dicht bij mij, leidt U mij.
Zo ook door Uw Geest die mij weer leidt naar Uw woord, naar U.
Mijn Bron van kracht.
Ik zal niet bezwijken, want ik heb een God die mijn rots is, mijn toevlucht, mijn vesting.
Mijn God zette eigenhandig de aarde vast, rolde eigenhandig de hemel uit!
Hij staat mij ter zijde, hoe zou ik kunnen bezwijken?
ja, van Hem komt wat ik hoop.
want Hij zal van
God de Heer.


©Foto: Michael Klapwijk
Gedachten/gebeden
07-03-2011
Gadeslaan

De HERE woont in Zijn heilig paleis,
de HERE heeft in de hemel Zijn troon;
Zijn ogen slaan gade,
Zijn blikken doorvorsen de mensenkinderen.
Psalm 11:4
Ja Vader, U woont in de hemel,
daar staat Uw troon in Uw Heilig paleis.
Het is vandaar uit,
dat U naar de aarde kijkt,
naar ons mensen hier beneden.
U ziet naar onze handel en wandel.
Uw ogen doorzien,
doorzoeken alle mensen.
U doorziet wat ons beweegt,
U doorziet de oorsprong van ons doen en laten,
U doorziet ons hart.
U doorziet de gemaakte plannen van ons mensen,
U doorziet hoe wij ze uitvoeren.
U doorziet alles,
niets is voor U verborgen.
Laat het zo zijn, Vader,
dat die wetenschap ons geen angst aanjaagt,
maar ons juist dichter bij U brengt om Uw wil te zoeken
en Uw wil te doen,
zodat als Uw ogen ons gadeslaan,
er vreugde in Uw hart zal zijn.


©Foto: Michael Klapwijk
Gedachten/gebeden 07-03-2011
U bent er altijd

kunnen op U rekenen;
wie bij U hun toevlucht zoeken,
laat U niet in de steek.
Psalm 9:11

Lieve Vader,
wat een geweldig woord om de dag mee te beginnen.
Altijd kan ik op U rekenen.
U zal er altijd voor mij zijn.
Ieder moment van de dag.
Ieder ogenblik.
Iedere seconde.
Ik mag iedere dag opnieuw leven in het besef,
dat U mij niet in de steek laat.
U bent erbij als het moeilijk is.
U bent erbij als het goed gaat.
U bent mijn toevlucht als ik door verdriet,
door pijn en moeite wordt overmand.
U bent mijn toevlucht,
als ik tot rust wil komen,
ontsnappen wil aan de drukte van het leven,
haar beslommeringen,
haar vragen en eisen.
Wat een liefde en rust weerklinkt uit dit woord van U.
Ik mag deze dag ingaan,
in de wetenschap dat U voor mij zorgt,
dat ik ieder moment van de dag op u kan rekenen.
Ik mag deze dag ingaan,
in de wetenschap,
dat ik mijn toevlucht vind bij U
en dat U mij nooit in de steek laat.
Ik dank U,
Vader,
met heel mijn hart,
voor Uw woord,
voor Uw belofte,
Voor wie U bent,
voor wie U wilt zijn.
Ik dank U
en prijs Uw Machtige Naam.
Abba - Vader.
Ik hou van U.
- Amen -


©Foto: Michael Klapwijk
07-03-2011
U laat niet toe dat de vijand mij insluit

Ik zal mij verblijden, juichen over Uw trouw,
want U ziet mijn ellende,
U kent de nood van mijn ziel,
U laat niet toe dat de vijand mij insluit,
U geeft mijn voeten de ruimte.
Psalm 31:8,9
(NBV)
Hoewel ik geen fan ben van de Nieuwe Bijbelvertaling, kom ik zo af en toe een tekst tegen die mij toch wel op bijzondere wijze kan treffen.
Zo ook gisteren.
Ik sloeg mijn palmenkalender om naar 16 maart en daar stond de bovenstaande tekst.
Eén zin in het bijzonder trof mij diep in het hart.
'U laat niet toe dat de vijand mij insluit'.
Nu was er iets dat mijn gedachten behoorlijk beheerste en waar ik maar niet los van kon komen.
Steeds opnieuw kwam het terug in mijn gedachten en hoe ik ook mijn best deed om het weg te sturen, of er voor bad dat God het uit mijn gedachten zou nemen, het lukte maar niet.
Mijn verbolgenheid en boosheid over iets, waren te groot en naar ik vond ook gerechtvaardigd.
Toch, toen ik dit woord las, was het alsof God mij er bij bepaalde, dat, hoe gerechtvaardigd mijn boosheid ook mocht lijken, het zorgde er wel voor dat het mij in beslag nam en op andere vlakken lam dreigde te leggen.
Het roofde mijn vreugde, mijn rust met God, mijn tijd met Hem, mijn samen zijn met Hem, maar ook in mijn reacties naar anderen had het een uitwerking.
In een ogenblik zag ik, hoe satan hiermee mij langzaam maar zeker geestelijk aan het insluiten was.
Ik besefte ineens, dat ik mijn gedachten in het begin gewoon had laten gaan en het gevolg daarvan was, dat het me ging beheersen en me langzaam aan dreigde in te sluiten in een wereld van zelfbeklag en bitterheid.
Ineens besefte ik, dat, hoe gerechtvaardigd boosheid soms ook mag zijn, het altijd iets met je doet en dat als je niet oppas, je een dubbel slachtoffer wordt.
Enerzijds door wat er gebeurd is, anderzijds door mijn reactie erop.
Ik hebben altijd een keuze in wat ik doe met mijn boosheid.
De Bijbel zegt in Efeze 4:26, 27: 'Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, geef de duivel geen kans.'
Andere vertalingen zeggen; 'Geef de duivel geen voet.'
Ik besefte, dat ik door mijn manier van omgaan met deze boosheid, de satan een voet, ruimte, had gegeven om binnen te komen binnen het terrein van mijn boosheid met als gevolg dat hij het iedere keer opnieuw aanwakkerde en op deed laaien als een vuur.
Diep van binnen wist ik het wel, maar ik was het zat; waar het om ging gebeurde immers voor de derde keer en frustratie had zich van mij meester gemaakt.
's Avonds had ik er wel al voor gebeden en mijn frustraties bij God neergelegd,
maar het was dit woord dat de volgende tot mij kwam, wat de ommekeer in werking zette.
"U laat niet toe dat de vijand mij insluit."
Hoe vaak zal God al een poging gedaan hebben om mij te waarschuwen dat satan mij aan het insluiten was.
Het feit dat ik het nu inzag, wil immers niet zeggen dat God mij nooit eerder heeft gewaarschuwd.
Hoe vaak heb ik Zijn waarschuwing(en) in de wind geslagen, niet willen zien?
Ik wil hier niet bij blijven stilstaan, maar het is goed om te onderkennen dat het niet aan God ligt , maar aan mijzelf.
Gods woord zegt mij, dat Hij niet toelaat dat de satan mij insluit, maar ik moet wel zelf inzien wat er gaande is.
Met het besef hiervan kon ik naar God toegaan en Hem danken dat Hij mij door Zijn woord heen waarschuwde wat er aan het gebeuren was.
Ik kon Hem danken voor dit woord, waarin zo duidelijk laat zien dat Hij zorg draagt voor wat Hem toebehoord.
Ik verheugde mij over Zijn liefde en trouw en vroeg Hem te vergeven dat ik het (weer) zover had laten komen.
God zag de nood die ontstond (dreigde te ontstaan) van mijn ziel en klopte an de deur van mijn hart met Zijn woord.
Mijn voeten kregen weer ruimte, omdat het net dat de satan aan het spannen was, vernietigd werd.

Vader in de hemel, dank U wel voor Uw grote liefde en trouw.
Dank U wel voor Uw bemoeienis met mijn leven.
Dank U wel, dat U niet toestaat dat de satan mij insluit.
Dank U wel voor Uw waarschuwing.
Geef, Vader, dat ik deze woorden, deze les zal onthouden en ervan zal leren.
Ik prijs Uw grote Naam, o Allerhoogste God en Heer.
- Amen -


©Foto: Michael Klapwijk
Gedachten/gebeden
07-03-2011
Wacht op de Heer
Soms kun je met je handen in haren zitten en niet meer weten wat je moet doen.
Soms sta je met je rug tegen de muur.
Soms sta je met lege handen en een mond vol tanden.
Soms ben je aan handen en voeten gebonden en is er niets wat je nog kunt doen.
Soms lijkt alles hopeloos.
Soms …
Maar we hebben een Heer die de overwinning heeft behaald!
Halleluja!
Al lijkt alles nog zo hopeloos, is er niets meer wat jij kunt doen en ben jij aan handen en voeten gebonden…
Al zijn jouw handen leeg en is er geen woord wat je nog zeggen kunt…
Al sta jij met je rug tegen de muur, met je handen in je haar en weet je niet meer wat je moet doen…
Jezus Christus, de Zoon van God, heeft de Overwinning behaald, voor eens en altijd toen Hij opstond uit de dood; en alle macht, in de hemel als op de aarde, is van Hem!
Niets is hopeloos!
Niets is onmogelijk!
Wacht, verwacht, hoop – op Hem!
Verlies de moed niet!
Hoop op de Heer en vindt nieuwe kracht is Zijn belofte.
Weerleg je gevoelens en gedachten met het woord van God.
Keer je ziel stil tot God, verwacht het van Hem en je zult nooit beschaamd worden.
Waarlijk mijn ziel, keer u stil tot God, want van Hem is mijn verwachting.
Psalm 62:6
Onze ziel verbeidt de HERE; Hij is onze hulp en ons schild.
Psalm 33:20
Wacht op de HERE, wees sterk, en Hij zal uw hart versterken; ja, wacht op de HERE.
Psalm 27:14
Gij doet Uw hand open en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen.
Psalm 145:16
Ik verwacht de HERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord.
Psalm 130:5
Wacht op de Heer,
wees stil
en keer je
tot God,
verwacht het van Hem.
Wacht op de Heer,
zie uit,
Hij is je hulp,
je schild,
hoor naar Zijn stem.
Wacht op de Heer,
wees sterk,
Hij je hart versterken,
wacht,
ja, wacht op de Heer.
Wacht op de Heer,
verwacht.
Hij verzadigt
al wat leeft,
vernieuwt je kracht.
Wacht op de Heer,
hoop
op Zijn woord.
Wacht op de Heer,
Ja, wees stil en verwacht.
Gedachten/gebeden
22-05-2011
Terugdenken

Vandaag weer eens mijn 'Psalmen Reflectie dagboekje' gepakt.
Denk terug aan de daden van de Heer, staat er deze keer.
De Bijbelgedeelten bij deze zin komen uit Psalm 77:12-16 en Psalm 136:1-4.
Het is goed om zo door Gods woord eens te worden stilgezet om terug te denken aan wat God allemaal heeft gedaan in je leven.
We zijn zo vaak en makkelijk, tenminste ik wel, geneigd om alleen de problemen te zien, de moeiten en zorgen, de pijn en het verdriet.
En waar we, als we niet oppassen, ook in kunnen blijven steken, vooral als er steeds opnieuw problemen, zorgen, moeiten etc. bij komen.
Ik dacht terug aan de afgelopen jaren en ik besefte opnieuw hoe groot Zijn trouw was en nog steeds is.
Het waren hele moeilijke jaren, vol pijn en verdriet, met grote zorgen en problemen, waarin menig wanhoopskreet naar boven ging, soms met gebalde vuisten gepaard.
En toch ...
God bleef trouw, liet niet los wat Zijn hand begonnen was te doen.
Al was ik ontrouw, Hij bleeft trouw.
Zijn liefde en geduld, Zijn vergeving en genade, Zijn goedheid en trouw, Zijn ....
Onnavolgbaar zijn Zijn wegen.
Hoog Zijn gedachten.
Onovertroffen Zijn liefde.
Eindeloos Zijn genade.
Eeuwig Zijn trouw.

Heer,
vandaag zet U mij even stil door Uw woord,
wat mij oproep om terug te denken
aan hetgeen U voor mij hebt gedaan.
In gedachten ga ik terug in de tijd
en kijk naar de lange, moeilijke weg
die we reeds met elkaar zijn gegaan.
In die weg, Heer, was U steeds nabij,
geen moment liet U ons alleen;
U hebt ons steeds weer bijgestaan.
U was het, die tranen droogde,
hoop gaf en bemoedigde,
de kracht om door te kunnen gaan.
U was het, die spaarde en bewaarde,
wonden en striemen genas,
zonden en ongerechtigheden hebt weggedaan.
U schonk bevrijding en genezing,
verloste; nooit was Uw hand te kort,
in alles bleef U altijd naast ons staan.
Groot was, en is Uw liefde en trouw,
wonderlijk waren, en zijn soms Uw wegen;
in alles zijn Uw ogen die ons immer gadeslaan.
Ik loof de Heer, want Hij is goed;
eeuwig duurt Zijn liefde en trouw.
Ik loof de Heer, de Allerhoogste God,
Hij is het op wie ik in vertrouwen bouw.
Gedachten/gebeden
22-05-2011
Vreugde en dankbaarheid bij een smeekbede

luid smeek ik U om medelijden.
U vertel ik al mijn zorgen.
maar ik dreig de moed te verliezen,

Het klinkt misschien een beetje raar als je bedenkt wat er boven deze Psalm staat: 'Luid smeek ik U om medelijden.'
Het is één grote smeekbede van David naar God toe om hulp omdat hij het niet meer ziet zitten, moedeloos is, geen uitweg meer ziet, niet meer weet welke kant hij op moet.
Hij schreeuwt het uit naar God.
Alles vertelt hij Hem, zijn hele hart stort hij uit.
Ik voel en proef de eenzaamheid in zijn woorden.
De wanhoop, de pijn, het verdriet, zijn machteloosheid, de radeloosheid.
Hij spreekt het uit naar God, dat er niemand anders is die hem helpen kan dan Hij alleen.
U bent mijn toevlucht!
U bent alles wat ik heb in dit leven!
Eigenlijk een stukje om niet echt blij van te worden.
Waarom?
Omdat ik Hem zie.
Zijn nabijheid.
Ik zie als het ware hoe Hij in beweging komt en Zijn hulp biedt.
Zijn hart blijft niet onberoerd bij Davids smeekbeden, noch blijft Zijn hart onberoerd bij mijn smeekbeden, bij jouw smeekbeden.
Daarom komt er een diepe vreugde en dankbaarheid in mijn hart, omdat ik weet dat Hij antwoordt en Zijn hulp geeft!
Nee, niet altijd op hetzelfde moment en op de wijze waarop ik het zou willen, maar
Hij antwoordt wel en altijd!
Met het lezen van deze Psalm voel ik aan de ene kant nog de pijn en het verdriet, de wanhoop van periodes dat ik het zelf zo uitschreeuwde naar God; dat Davids woorden mijn woorden waren, maar nu, op dit moment wordt alles overheerst door een diepe vreugde en dankbaarheid omdat ik weet, Hij hoort en verhoort.
En als je zelf geen woorden meer hebt, geen woorden meer kunt vinden om te bidden, gebruik dan deze woorden van David en stort net als hem, je hart uit bij God.
Hij is werkelijk een Hoorder van gebeden!

Heer, ik bid U voor hen die het niet meer zien zitten, radeloos zijn en zich machteloos voelen.
Ik bid voor hen die moedeloos zijn, die smeken om Uw medelijden, om Uw hulp; die het uitschreeuwen naar U.
Bemoedig hen, Here, laat hen weten dat U hoort, naar hen omziet en dat U Uw hulp hen niet zal ontzeggen.
Luister, Here, en schenk bevrijding, in Jezus 'Naam.
Hoor en verhoor, Here, opdat er meer en meer dank, lof en eer aan U zal worden gebracht en anderen horen van Uw grote daden.
- Amen -

Gedachten/gebeden
20-07-2011
Getrouw en sterk is de Heere

Psalm 138
De Here is zo getrouw als sterk.
Van David.
Ik zal U loven met mijn ganse hart,
in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen.
Ik zal mij nederbuigen naar Uw heilige tempel
en Uw naam prijzen om Uw goedertierenheid en trouw,
want Gij hebt, om Uws grote Naams wil,
Uw toezegging heerlijk gemaakt.
Ten dage dat ik riep, hebt Gij mij geantwoord,
Gij hebt mij bemoedigd met kracht in mijn ziel.
Alle koningen der aarde zullen U, o HERE, loven,
wanneer zij de woorden van Uw mond gehoord hebben;
zij zullen zingen van de wegen des HEREN,
want de heerlijkheid des HEREN is groot.
Want de HERE is verheven, en Hij aanschouwt de nederige,
maar de hovaardige kent Hij van verre.
Wanneer ik wandel te midden van benauwdheid,
behoudt Gij mij in het leven;
tegen de toorn van mijn vijanden strekt Gij Uw hand uit,
en Uw rechterhand verlost mij.
De HERE zal het voor mij voleindigen.
O HERE, Uw goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
Laat niet varen de werken Uwer handen.

Wat een geweldige Psalm; wat een geweldig woord.
Wat voor David gold, geldt ook voor ons, want de God van David is ook onze God.
Wat God voor David deed, doet Hij ook voor ons.
De Psalm is als het ware een ode aan God, maar tevens een bron van bemoediging voor ons.
David begint met God te loven en te prijzen.
Zijn hart is vol van lofprijzing en waar hij ook is, wie er ook in zijn nabijheid of omgeving is; hij moet God loven en prijzen.
In zijn lofprijzing beseft hij zijn eigen plaats ('Ik zal mij nederbuigen naar Uw heilige tempel') heel goed en van daaruit wil hij God grootmaken om wie Hij is en om wat Hij heeft gedaan.
En hij gaat opnoemen al wat God is en wat Hij doet.
'God is goedertieren, dat wil zeggen: genadig, vergevensgezind,
zachtmoedig, barmhartig en die goedertierenheid is voor eeuwig.
God is trouw.
God doet wat Hij zegt.
God antwoord als wij Hem roepen.
God bemoedigt ons met kracht voor onze ziel.
God heeft oog voor de geringe.
God ziet naar ons om als wij het moeilijk hebben, in nood verkeren en zorgt
ervoor dat wij niet bezwijken.
God helpt ons, red ons, verlost ons.
God zal niet ophouden om voor ons te zorgen totdat Zijn werk klaar is.
Is dit geen bron van bemoediging voor ons?
Is dit niet een houvast voor ons als wij het moeilijk hebben?
Is dit ook voor ons geen reden om God groot te maken; Hem te loven en te prijzen?
Ik zie het als het ware voor me, hoe David zich voor het open raam neerbuigt met zijn gezicht naar Gods tempel en het hardop uitspreekt, uitzingt, wie God is en alles wat Hij heeft gedaan.
De mensen horen het en vertellen het door.
Alle koningen van de aarde zullen er van horen en daardoor God gaan loven en prijzen, ja, gaan zingen van wat God heeft gedaan en doet.
Het kan immers niet anders, want de heerlijkheid van God is zo groot!
David geeft God de eer die Hem toekomt.
David geeft God de plaats die Hem toekomt
David spreekt het uit en houdt het niet voor zich.
En David bidt, dat God nooit zal ophouden met wat Zijn hand begonnen is te doen.
Heer,
Vader God,
met David buig ik neer om U te aanbidden en Uw Naam groot te maken.
Ik wil U loven en prijzen, want U bent God, de Allerhoogste.
Dank U, dat ik Uw kind mag zijn en U Vader mag noemen.
Dank U, dat wat U voor David deed, ook voor mij doet.
Uw trouw, Uw goedertierenheid is voor eeuwig; houdt nooit op te bestaan.
Hoe groot, hoe geweldig bent U!
Dank U, dat ik mag zien, dat Uw hand nog steeds niet ophoudt met het werk te voltooien wat Uw hand begonnen was te doen.
In mijn leven, dat van mijn man en van mijn kinderen.
U ziet naar een ieder van ons om en helpt ons.
Hoe moeilijk soms de wegen zijn die we moeten gaan, U zorgt ervoor dat wij niet bezwijken.
Uw hand is daar om ons te redden, te verlossen, te bevrijden.
U, de Hoogverhevene, ziet om naar ons kleine mensen.
Hoe onvoorstelbaar groot is Uw liefde, Uw genade, Uw goedheid.
Ik loof U, Heer, ik prijs U, met mijn ganse hart.
- Amen -

Gedachten/gebeden
28-07-2011
Zoek je geluk bij de Heer

Zoek je geluk bij de Heer,
Hij zal je geven wat je hart verlangt.
Leg je leven in de handen van de Heer,
Vertrouw op Hem, Hij zal dit voor je doen:
het recht zal dagen als het morgenlicht,
de gerechtigheid stralen als de middagzon.
Psalm 37:4-6
(NBV)
In iedere andere vertaling staat: Zoek je vreugde bij de Heer, of, verlustig je in de Heer.
Maar één ding is zeker; als we ons geluk bij de Heer zoeken, zullen we vreugde vinden en zoeken we onze vreugde bij de Heer, dan vinden we geluk.
Als we onze vreugde zoeken bij de Heer, dan zal alles wat Hem vreugde geeft, ons tot vreugde zijn en dan zullen de wensen van ons hart overeenkomen met die van Hem.
Zo zal Hij ons kunnen geven wat ons hart verlangt.
Laten we Hem betrekken in elk facet van ons leven; laten we op Hem ons vertrouwen stellen, dan zullen we nooit beschaamd uitkomen.
Hij houdt van ons en Hij zorgt voor ons; al de dagen van ons leven tot aan de voleinding van de wereld.

Gedachten/gebeden
03-08-2011
Is God mij vergeten (2)

Is God ons vergeten?
Luid roep ik om God,
ik schreeuw het uit.
Als Hij nu maar luistert!
In mijn ellende zoek ik de Heer,
ik strek mijn handen naar Hem uit,
zelfs 's nachts vind ik geen rust;
ik ben niet te troosten.
Denk ik aan God,
dan kreun ik,
ik denk aan Hem en voel me wanhopig.
Heer, U houdt mij wakker,
ik ben onrustig,
kan geen woord uitbrengen.
's Nachts moet ik denken aan het verleden,
aan lang vervlogen tijden,
aan hoe ik Uw daden bezong.
Dan lig ik te peinzen,
en laat de vraag me niet los:
Heeft de Heer ons blijvend verstoten,
zijn wij voor altijd bij Hem uit de gunst?
Is er een einde gekomen aan Zijn liefde,
gelden Zijn beloften niet meer?
Vergeet God medelijden met ons te hebben,
is Zijn woede nog groter dan Zijn liefde?
Daarom zeg ik,
en dat is mijn pijn:
De Heer, de Allerhoogste God,
Hij heeft Zijn handen van ons afgetrokken!
Psalm 77:2-11
Soms voel ik me net als David; zijn woorden zouden de mijne kunnen zijn.
Soms voelt het, alsof ik het uitschreeuw naar God, maar de hemel lijkt gesloten voor mijn hulpgeroep, mijn gebeden.
Ik roep, ik schreeuw, ik zoek, ik strek mijn handen uit ...
Mijn hart wordt gekweld door onrust en 's nachts lig ik te woelen in mijn bed.
Met gevoel van heimwee denk ik terug aan vroeger, aan hoe het toen was en ik verlang terug naar Zijn dichte nabijheid, Zijn troost, Zijn kracht, Zijn liefde.
Ik verlang terug naar de tijden dat ik ervaarde te leven onder de bescherming van Zijn vleugels.
Waar, o waar is alles gebleven?
Hoe kon het me ontglippen?
Waar is alles gebleven?
Heb ik gezondigd, ben ik ongehoorzaam geweest?
Heb ik Uw gunst, Uw liefde verloren?
Heeft U Uw handen van mij afgetrokken?
De pijn van mijn hart, de pijn van het ervaren van verwijdering tussen God en mij, doen mij deze vraag stellen.
Het dal van beproeving is zo groot.
De weg er door heen duurt zo lang.
Komt er dan geen einde aan?
Als U, Heer, er dan niet meer bij bent, hoe zou ik dan nog verder kunnen?
Hoe zou ik dan nog vol kunnen blijven houden?
Of heeft U werkelijk Uw handen van mij afgetrokken?
Heer, ik zal nooit vergeten wat U hebt gedaan,
ik zal spreken van al Uw wonderen
vanaf het eerste begin.
Ik blijf denken aan al die grootse daden,
aan wat U allemaal deed.
Mijn God, wat U doet is zo verheven,
geen god is zo groot als U.
Psalm 77:12-14

Vanuit zijn pijn deed David al deze dingen zeggen.
David, een man naar Gods hart.
David, een man wiens leven ook niet echt over rozen ging.
Hij deed zelf menige misstap en zijn kinderen waren ook niet het toonbeeld van gehoorzaamheid.
David, een man met hevig, wisselende stemmingen; uitzinnig van vreugde het ene moment en het volgende moment in zak en as.
God, mijn Vader, wat ben ik U dankbaar dat ik een man als David in Uw woord vind en dat U over hem spreekt als een man naar Uw hart, ondanks alles.
(Handelingen 13:22)
Als ik kijk naar David's leven en zie naar wat God over hem zegt, dan vraag ik me af; waar komt dat vandaan, hoe komt het dat God zo over hem spreekt, zo over hem denkt?
Eén van de antwoorden ligt denk ik al in de bovenstaande Psalm.
David verloor nooit uit het oog wie God was.
Hij verloor nooit uit het oog wat God had gedaan.
Hij vergat nooit om God te danken; na welke uit wanhoop geschreven woorden ook, of onbegrip, of vertwijfeling, of ..., altijd eindigt David met een woord van dank of opzien naar de grootheid en majesteit van God.
Te midden van alles blijft hij steeds opnieuw beseffen, dat God de allehoogste is, de God van wonderen, dat niemand zo groot is als Hij.
Dat houdt hem op de been en hierin ligt de les voor mij.
In welke situatie ik mij ook bevind, wat er ook gebeurt in mijn leven, hoe lang het ook duurt, ik mag nooit vergeten wie God is en wat Hij reeds heeft gedaan.
En als ik maar blijf zien op wie Hij is en op Zijn machtige en grootse daden, dan zal ik daarmee niet de moed verliezen.
Al begrijp ik er nog steeds niets van, al blijven de problemen komen en gaan, Hij is onveranderlijk, Zijn liefde en trouw voor eeuwig, als ik in Hem blijf.
U verricht wonderen,
U hebt alle volken Uw macht doen voelen.
U hebt Uw volk verlost,
de nakomelingen van Jakob en Jozef,
krachtig trad U op.
Het water zag U, mijn God,
het zag U en beefde van angst,
de zee schokte tot op de bodem.
De regens gutsten uit de wolken,
de hemel weerkaatste de donder
en Uw bliksemschichten schoten heen en weer.
Dreunend rolde uw donder voort,
de bliksems zetten de wereld in licht
en de aarde schudde en schokte.
U baande Zich een weg door het water,
een pad door de diepe zee,
niemand kon Uw voetsporen zien.
U hebt Uw volk geleid
als een herder zijn kudde,
U leidde Uw volk,
Mozes en Aäron namen het bij de hand.
Psalm 77:15-21

Heer, U leidde Uw volk naar het door Uw beloofde land.
Grote wonderen en tekenen deed U onderweg.
Alles en iedereen vreesde U en Uw woord; en gehoorzaamde.
Ik geloof, Heer, ik geloof, dat U alle macht hebt in de hemel als op de aarde.
Ook nu nog toont U Uw macht, Uw majesteit; open mijn ogen, opdat ik zal zien en getuigen van wie U bent en van wat U hebt gedaan.
Uw trouw en Uw grootheid wil ik bezingen.
Groot is Uw trouw, o Heer, mijn God en Vader.
U draagt mij door het diepe water, waar ikzelf niet meer kan staan.
Uw stok en Uw staf die vertroosten mij.
In de schaduw van Uw vleugels mag ik schuilen.
Niets is bij U onmogelijk.
Zelfs de wind en de golven horen naar Uw stem.
's Morgens gaat de zon op, 's avonds gaat zij weer onder; U hebt het zo bepaald.
U gaf Uw Zoon als boetedoening voor mijn zonden, Hij stierf voor mij, opdat ik zou leven.
U zond Uw Geest, omdat U wist dat we het zonder U niet zouden redden.
Doorstroom mij opnieuw met de kracht van Uw Geest.
Heer, ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp.

Vertwijf’ling.
In vertwijf’ling richt ik mijn blik naar boven,
naar Hem van wie ik mijn hulp verwacht.
Mijn tranen blijven maar stromen en stromen;
ik bevind mij in het duister van de nacht.
Mijn schreeuw klinkt en kaatst weer terug.
Is de hemel dan voor mij gesloten?
God, mijn Heer, als U Uw oren voor mij sluit,
wat moet ik dan; hebt U mij dan verstoten?
Angst en zorgen trekken mij bij U vandaan.
Ik voel hoe ik ontglip aan Uw liefdevolle bescherming.
Ik strek mijn hand naar omhoog en roep het uit:
“Heer, vergeef en kom opnieuw met Uw ontferming.”
Ik wil blijven zien op U, mijn Heer en God.
Ik klem mij vast aan U en aan Uw woord.
U bent vol liefde, trouw en goedertierenheid;
U bent God en ik weet dat U mij altijd hoort.
Heer, ik wil niet vergeten wat U reeds hebt gedaan,
hoe U er steeds opnieuw voor mij bent geweest.
Ik buig mijn weerbarstige wil,geef mij over aan U en bid:
“Kom, Heer, vul en leid mij door Uw Heilige Geest.
Gedachten/gebeden
11-10-2011

Vertrouwend opzien.
Mijn Vader kan alles.
Het is goed
wat Vader doet.'


Gedachten/gebeden
20-10-2011


dan de bulderende zee,
met majesteit en kracht.
Gedachten/gebeden
05-05-2012


